У нас вы можете посмотреть бесплатно Veranderde woorden in de Statenvertaling deel 1 - O.a. de ,,Jehovah''-Bijbel van Goetzee uit 1750 или скачать в максимальном доступном качестве, видео которое было загружено на ютуб. Для загрузки выберите вариант из формы ниже:
Если кнопки скачивания не
загрузились
НАЖМИТЕ ЗДЕСЬ или обновите страницу
Если возникают проблемы со скачиванием видео, пожалуйста напишите в поддержку по адресу внизу
страницы.
Спасибо за использование сервиса ClipSaver.ru
Naast wijzigingen in de gebruikte spelling zijn er nog enkele andere wijzigingen in den tekst der Statenvertaling geweest. Er zijn namelijk ook eenige woorden veranderd in woorden met eene gelijke beteekenis, in synoniemen dus. Het woord ,wijf’ is bijvoorbeeld veranderd in ,vrouw’. Aangezien dit ingrijperende wijzigingen zijn dan de spelling alleen, wil ik hier graag wat dieper op ingaan. Het is belangrijk om kennis van zaken te hebben opdat gij weet welke uitgave der Statenvertaling de beste is om te koopen. Van 1637 tot 1834 is de Statenvertaling uitsluitend in den oorspronkelijken vorm uitgegeven geweest. Dat wil zeggen: in de oorspronkelijke spelling, met de oorspronkelijke woorden. Natuurlijk op drukfouten na. Overigens ging men vroeger vrijer om met de spelling dan thans: zoo schreef men nu eens ,Godt’ met ,dt’, dan weer met ,d’ zooals wij nu ook doen. De wel wat overdrevene schoolsche spelling, waarbij het schier een misdaad is om tegen de spellingswetten te zondigen, begon pas na de Fransche Omwenteling met de spelling van Siegenbeek uit 1804. De uitgaven van de Statenvertaling gebruikten vóór de negentiende eeuw derhalve niet op de letter nauwkeurig dezelfde spelling als de eerste uitgave van 1637. Maar afgezien van deze zekere vrijheid in spelling en afgezien van het verbeteren van drukfouten was de tekst van den Statenbijbel in de uitgaven van 1637 tot 1834 volkomen dezelfde. Voor zoover ik weet is er maar ééne uitzondering geweest, er was dus maar ééne veranderde Statenbijbel in het tijdperk 1637–1834, namelijk eene duistere uitgave van rond 1750. Deze uitgave was de eerste herziening van den Statenbijbel en werd waarschijnlijk uitgegeven door Goetzee, dezelfde uitgever die enkele jaren ervoor de echte Statenvertaling voor het eerst in het Latijnsche in plaats van het oorspronkelijke Gotische schrift had uitgegeven. Maar in zijne herziene uitgave van den Statenbijbel werd niet zoomaar het lettertype veranderd, neen, deze uitgave ging veel verder: er werden voor het eerst zoogenaamde ,verouderde’ woorden gewijzigd. Maar daar bleef het niet bij: in dezen Bijbel stond er in het Oude Testament niet meer ,HEERE’ (met hoofdletters) zooals in den Statenbijbel, maar er stond ,Jehovah’. Het Hebreeuwsche woord ,Jehovah’ is een naam van God, die de Statenvertalers hebben vertaald met het Nederlandsche ,HEERE’, omdat in aanhalingen uit het Hebreeuwsche Oude Testament in het Grieksche Nieuwe Testament ook niet ,Jehovah’ staat maar het Grieksche ,kurios’, dat in onze taal ook ,Heere’ beteekent. Aangezien het Nieuwe Testament door den Heiligen Geest ingegeven is, hebben de Statenvertalers het voorbeeld van het Nieuwe Testament gevolgd en in de vertaling van het Oude Testament in het Nederlandsch ,Jehovah’ vertaald met ,HEERE’. Hierbij zetteden zij ,HEERE’ in hoofdletters om duidelijk aan te geven dat er in het Hebreeuwsch ,Jehovah’ staat. Dit kunt gij lezen in de kantteekening op Genesis 2:4. Dus ik zal benadrukken: als God zelf het Hebreeuwsche ,Jehovah’ in het Grieksch als ,Heere’ vertaalt, dan is dit de eenige juiste vertaling. Het Hebreeuwsche ,Jehovah’ is in het Nederlandsch dus ,Heere’. Maar laten wij vooral niet vergeten dat het Hebreeuwsche ,Jehovah’ en dus het Nederlandsche ,Heere’ niet de eenige naam van God is. De Heere God Almachtig heeft namelijk nog eenen anderen, uiterst belangrijken naam. De Bijbel zegt in Handelingen 4:12b over dezen laatsten naam zelfs: ,,er is ook onder den hemel geen andere naam, die onder de menschen gegeven is, door welken wij moeten zalig worden”, en de naam die bedoeld wordt is niet ,Jehovah’, maar de naam Jezus Christus. Wij worden zalig ,,door den Naam van Jezus Christus, den Nazarener” (aldus Handelingen 4:10). De naam van God bij uitstek is ,Jezus’. Dus waarom zoude iemand eenen gewijzigden Statenbijbel uitgeven waarin ,Heere’ is vervangen door ,Jehovah’, terwijl God zelf ,Jehovah’ vertaalt als ,Heere’ en er geen andere naam onder de menschen gegeven is door welken wij moeten zalig woorden dan de naam van den Heere Jezus Christus? Verandert men ,HEERE’ in ,Jehovah’ met het oogmerk om de aandacht te vestigen op eenen anderen naam dan Jezus om alzoo den gezegenden naam van onzen Heere Jezus Christus in de schaduw te stellen? Doet men hiermeê eene verwoedde poging om, tegen de getuigenis van tientallen Schriftplaatsen in, de Goddelijkheid van Jezus te ontkennen? Zoo ja, dan is dit ronduit eene antichristelijke leer. Het veranderen van de juiste vertaling ,HEERE’ in het onvertaald-Hebreeuwsche ,Jehovah’ is in ieder geval eene andere leer, eene afwijking van de oude paden, zonder eenig nut tot stichting. De Bijbel waarschuwt in 1 Timotheüs 6:3-4: ,,Indien iemand eene andere leer leert, en niet overeenkomt met de gezonde woorden van onzen Heere Jezus Christus, en met de leer die naar de godzaligheid is, 4 Die is opgeblazen, en weet niets, maar hij raast omtrent [twist]vragen en woordenstrijd; uit welke komt nijd, twist, lasteringen, kwade nadenkingen.”