У нас вы можете посмотреть бесплатно Het delend lidwoord (l’article partitif) - Mr. Chadd Academy или скачать в максимальном доступном качестве, видео которое было загружено на ютуб. Для загрузки выберите вариант из формы ниже:
Если кнопки скачивания не
загрузились
НАЖМИТЕ ЗДЕСЬ или обновите страницу
Если возникают проблемы со скачиванием видео, пожалуйста напишите в поддержку по адресу внизу
страницы.
Спасибо за использование сервиса ClipSaver.ru
Het delend lidwoord (l’article partitif) - Mr. Chadd Academy Net als in het Nederlands gebruik je in het Frans lidwoorden als je praat over zelfstandige naamwoorden. Denk aan het huis, de bank, een boek. De, het, een zijn lidwoorden in het Nederlands. De Franse lidwoorden die je misschien al kent zijn le/la/l’/un/une. Er is echter in het Frans nóg een lidwoord, wat wij in het Nederlands niet kennen: het delend lidwoord. Wat is dit precies? Wanneer gebruik je het, en wanneer niet? Du / de la / de l’ / des Als wij in het Nederlands praten over brood, bier, boeken, dan gebruiken we géén lidwoord. In het Frans moet je in zo’n geval wél een lidwoord gebruiken, dat het in het Frans l’article partitif. In het Nederlands vertaal je dat met het delend lidwoord. De vormen zijn du voor een mannelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud de la voor een vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud de l’ voor een mannelijk of vrouwelijk zelfstandig naamwoord in het enkelvoud dat begint met een klinker (a,e,i,o,u of een h die je niet uitspreekt) des voor alle mannelijke of vrouwelijke zelfstandige naamwoorden in het meervoud Voorbeelden: Je mange du pain. Ik eet brood. Je bois de la bière. Ik drink bier. J’utilise de l’huile d’olive. Ik gebruik olijfolie. J’achète des livres. Ik koop boeken. Je gebruikt het delend lidwoord dus als het gaat om een onbepaalde hoeveelheid, je weet niet of het veel of weinig is. ‘De’ in plaats van ‘du / de la / de l’ / des’ In sommige gevallen waarbij je in het Nederlands geen lidwoord zou gebruiken gebruik je in het Frans niet du / de la / de l’ of des maar de. Vaak gaat dit om zinnen waarbij de hoeveelheid toch op de één of andere manier is bepaald, bijvoorbeeld als je zegt: een beetje water, veel water, weinig water, geen water, een liter water. Begint het zelfstandig naamwoord (zoals water) in het Frans met een klinker of stomme h, dan gebruik je d’. Voorbeelden: Een beetje suiker Un peu de sucre Veel bier Beaucoup de bière Een liter water Un litre d’eau Weinig boeken Peu de livres Geen brood Pas de pain Meer weten? Check de Academy: https://www.mrchadd.nl/academy/vakken... Kijk ook eens op: Website: https://www.mrchadd.nl/ TikTok: / mrchadd Facebook: / mrchadd Instagram: / mr.chadd LinkedIn: / 6398042