У нас вы можете посмотреть бесплатно De wet van Dalton en de wet van Raoult bij binaire systemen. или скачать в максимальном доступном качестве, видео которое было загружено на ютуб. Для загрузки выберите вариант из формы ниже:
Если кнопки скачивания не
загрузились
НАЖМИТЕ ЗДЕСЬ или обновите страницу
Если возникают проблемы со скачиванием видео, пожалуйста напишите в поддержку по адресу внизу
страницы.
Спасибо за использование сервиса ClipSaver.ru
De wet van Dalton en de wet van Raoult bij binaire systemen. Fasenleer en de fasenregel van Gibbs (fasen, componenten en vrijheidsgraden). fysische chemie, chemie, scheikunde, dampfase, vloeistoffase …gaat over binaire systemen (2 componenten) pA = p°A · XA (pB = p°B · XB) pA = partiële dampdruk van stof A p°A = de maximale dampdruk van enkel zuivere stof A bij een bepaalde temp. (verzadigde damp) XA = molfractie van stof A in de vloeistoffase In woorden: de partiële dampdruk van een component is de maximale dampdruk van de zuivere component vermenigvuldigd met de molfractie van deze component in de oplossing. "pA" /"pB" = "YA" /"YB" = "n´A" /"n´B" …gaat over binaire systemen (2 componenten) p = pA + pB p = de totale dampdruk van het mengsel pA = partiële dampdruk van stof A pB = partiële dampdruk van stof B In woorden: de totale dampdruk van een gasmengsel is gelijk aan de partiële dampdrukken van de verschillende componenten. pA = partiële dampdruk van stof A pB = partiële dampdruk van stof B YA = molfractie van stof A in de dampfase YB = molfractie van stof B in de dampfase n´A = stofhoeveelheid van stof A in de dampfase n´B = stofhoeveelheid van stof B in de dampfase In woorden: de verhoudingen tussen de partiële dampdrukken is dezelfde als de verhouding tussen de molfracties in de damp en tussen het aantal mol van iedere component in de damp. …het kleinste aantal zuivere stoffen waarmee men het volledige systeem kan opbouwen C = 1: unair systeem (vb: water + ijs en 2 HI (g) ⇆ I2 (g) + H2 (g)) C = 2: binair systeem (vb: NaCl-oplossing) C = 3: ternair systeem (vb: water + lucht) Iedere fase vormt een homogeen deel van het systeem met dezelfde fysische eigenschappen (bijv. dichtheid, brekingsindex). Er is een duidelijk grensvlak tussen verschillende fasen Bij één enkele zuivere stof: 1 aggregatietoestand (S, L of G) → 1 fase 2 aggregatietoestanden (S+L, G+L of G+S) → 2 fasen 3 aggregatietoestanden (S+L+G) → 3 fasen Let op: sommige vaste stoffen kennen verschillende kristallijne vormen en kunnen dus wel meerdere fasen hebben bij één aggregatietoestand. Bij mengels: Homogeen mengsel (vb: suikeroplossing / gasmengsels) → 1 fase Heterogeen mengsel (vb: olijfolie en azijn) → minstens 2 fasen De mogelijk variatie in de toestandsfactoren (druk, temperatuur en samenstelling). C = 1: unair systeem met 1 aggregatietoestand → 2 vrijheidsgraden (druk en temp.) C = 1: unair systeem met 2 aggregatietoestanden → 1 vrijheidsgraad (druk of temp.) C = 1: unair systeem met 3 aggregatietoestanden → 0 vrijheidsgraden (niets is variabel alles ligt vast) Conclusie: hoe meer fasen hoe minder vrijheidsgraden