У нас вы можете посмотреть бесплатно Berend-Bram Heinen | Zekerheidstelling voor de proceskosten - wat zijn de eisen? или скачать в максимальном доступном качестве, видео которое было загружено на ютуб. Для загрузки выберите вариант из формы ниже:
Если кнопки скачивания не
загрузились
НАЖМИТЕ ЗДЕСЬ или обновите страницу
Если возникают проблемы со скачиванием видео, пожалуйста напишите в поддержку по адресу внизу
страницы.
Спасибо за использование сервиса ClipSaver.ru
Welkom op het Youtube kanaal van de AvdR. De grootste juridische videobibliotheek van Nederland. Een partij die geen woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland heeft en bij de Nederlandse rechter een vordering wil instellen, is verplicht om op vordering van de wederpartij zekerheid te stellen voor de proceskosten tot betaling waarvan hij zou kunnen worden veroordeeld. Op deze manier wordt de gedaagde partij beschermd. Krijgt hij gelijk en wordt zijn buitenlandse wederpartij in de proceskosten veroordeeld, dan hoeft de gedaagde partij niet in het buitenland zijn proceskosten te incasseren. Dat kan immers een ingewikkelde en soms zelfs onmogelijke exercitie zijn. In een recente uitspraak gaat de Hoge Raad in op de eisen waaraan zo’n zekerheidstelling moet voldoen. Berend-Bram Heinen bespreekt deze uitspraak. Uitspraak Hoge Raad: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitsp... Artikel 224 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:B... Artikel 51 lid 2 Burgerlijk Wetboek Boek 6: https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:B... ----------------------------- In deze procedure gaat het om zekerheidstelling voor proceskosten. Een partij die geen woonplaats of gewone verblijfplaats in Nederland heeft en bij de Nederlandse rechter een vordering wil instellen, is verplicht om op vordering van de wederpartij zekerheid te stellen voor de proceskosten tot betaling waarvan hij zou kunnen worden veroordeeld. Op deze manier wordt de gedaagde partij beschermd. Krijgt hij gelijk en wordt zijn buitenlandse wederpartij in de proceskosten veroordeeld, dan hoeft de gedaagde partij niet in het buitenland zijn proceskosten te incasseren. Dat kan immers een ingewikkelde en soms zelfs onmogelijke exercitie zijn. Zekerheid kan op verschillende manieren worden gesteld. De aangeboden zekerheid moet in ieder geval zodanig zijn, dat de vordering en eventueel de daarop vallende rente en kosten behoorlijk gedekt zijn en dat de gedaagde partij daarop zonder moeite verhaal zal kunnen nemen. Een bankgarantie is gebruikelijk, maar ook andere manieren van zekerheidstellen zijn mogelijk, zoals bijvoorbeeld het storten van gelden op de derdengeldenrekening van een notaris. En dat laatste is in deze zaak aan de orde. Een Nederlandse B.V. heeft in hoger beroep gevraagd dat zijn buitenlandse wederpartij, eiser, zekerheid stelt voor de proceskosten. Het hof heeft deze incidentele vordering toegewezen, en bevolen dat zekerheid dient te worden gesteld in de vorm van een depotstorting op de derdengeldenrekening van een Nederlandse notaris. De buitenlandse partij heeft dit geld tijdig gestort, maar volgens het hof toch niet tijdig aan het bevel van het hof voldaan, omdat er geen depotovereenkomst is opgesteld waarin is bepaald wanneer de notaris dit bedrag moet uitbetalen. Ook ligt er geen volmacht. Het hof heeft de buitenlandse partij daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep. Tegen die beslissing komt de buitenlandse partij in cassatie op. En met succes. Volgens de Hoge Raad is een depotovereenkomst niet vereist. Ook zonder depotovereenkomst is de notaris in beginsel gehouden om het in depot gegeven bedrag desgevraagd uit te betalen, indien aan de voorwaarden voor uitbetaling is voldaan. Wordt de buitenlandse eiser in de proceskosten veroordeeld, dan is zijn wederpartij gerechtigd tot uitbetaling van het in depot gegeven bedrag tot het bedrag van deze proceskostenveroordeling, tenzij de proceskostenveroordeling niet uitvoerbaar bij voorraad is en tegen die uitspraak een rechtsmiddel is ingesteld. De buitenlandse eiser is, op zijn beurt, gerechtigd tot uitbetaling van het in depot gegeven bedrag indien het geding definitief tot een einde is gekomen zónder dat hij in de proceskosten van de desbetreffende instantie is veroordeeld. De Hoge Raad doet de zaak zelf af. Vast staat dat de buitenlandse partij de depotstorting tijdig heeft gedaan. Volgens de Hoge Raad moet aangenomen worden dat de Nederlandse B.V. op het depot zonder moeite verhaal kan nemen, indien de buitenlandse partij in de proceskosten wordt veroordeeld. Anders dan het hof heeft geoordeeld, heeft de buitenlandse partij dus voldaan aan het Volg ons ook op: Website: https://www.avdr.nl Linkedin: / academievoorderechtspraktijk Instagram: / avdr_nl Spotify: https://open.spotify.com/show/56dHxOg...