У нас вы можете посмотреть бесплатно ZINNEN MAKEN DUTCH GRAMMAR или скачать в максимальном доступном качестве, видео которое было загружено на ютуб. Для загрузки выберите вариант из формы ниже:
Если кнопки скачивания не
загрузились
НАЖМИТЕ ЗДЕСЬ или обновите страницу
Если возникают проблемы со скачиванием видео, пожалуйста напишите в поддержку по адресу внизу
страницы.
Спасибо за использование сервиса ClipSaver.ru
• DUTCH GRAMMAR - GRAMMATICA NEDERLANDS #eas... Dit is de tweede grammaticales! Mijn doel is om de Nederlandse grammatica zo makkelijk mogelijk aan jou uit te leggen. In dit filmpje gaan we eenvoudige zinnen maken! Doe jij mee? Én vergeet niet te abonneren op mijn kanaal! Les 1: • Dutch Alphabet Pronunciation DUTCH GRAMMAR... Les 2: • DUTCH GRAMMAR: HIJ/ZIJ & HAAR/ZIJN #NT2 #... Les 3: • ZINNEN MAKEN DUTCH GRAMMAR #NT2 #learndutc... Les 4: • ENKELVOUD & MEERVOUD DUTCH GRAMMAR #NT2 #l... Les 5: • VERWIJSWOORDEN DUTCH GRAMMAR #NT2 #learndu... Dit is de Nederlandse tekst: Welkom bij deze derde grammaticales! In deze les gaan we zinnen maken. Als je wilt, kun je de ondertiteling aanzetten. Ook kun je de Nederlandse tekst vinden in de beschrijving. Aan het einde van deze les ken je de volgende begrippen: de hoofdletter wie de zinnen de punt wat? de werkwoorden hoe? waar? het Nederlandse zinnen volgen meestal een eenvoudige structuur: onderwerp, werkwoord en de rest. Het onderwerp is meestal een persoon, dier, ding of een situatie. De zin gaat over het onderwerp Je kunt het onderwerp van de zin vinden met het vragend voornaamwoord ‘wie?’ Het werkwoord is wat het onderwerp doet. Je kunt het werkwoord vinden door te vragen ‘wat doet het onderwerp?’. En dan volgt de rest van de zin: wat? waar? hoe? Laten we snel wat voorbeelden gaan bekijken! Bijvoorbeeld: De kat slaapt op de mat. Wie slaapt op de mat? De kat. Wat doet de kat? De kat slaapt. En waar is de kat? Op de mat. Let op! Elke zin begint met een hoofdletter en eindigt met een punt. Nog een voorbeeld: Het kind eet aan tafel. Wie eet aan tafel? Het kind. Wat doet het kind? Het kind eet. En waar is het kind? Aan tafel. het kind eet aan tafel. Volgend voorbeeld: De Man loopt buiten. Wie loopt buiten? De man. Wat doet de man? De man loopt. En waar loopt de man? Buiten. De man loopt buiten. Laatste voorbeeld: De jongen zit in de trein. Wie zit in de trein? De jongen. Wat doet de jongen? De jongen zit. En waar zit de jongen? In de trein. De jongen zit in de trein. De woorden van deze zin heb ik door elkaar gegooid. Weet jij de juiste volgorde? een lied fluit de vogel Dit is geen goede zin. We beginnen met het onderwerp: wie fluit een lied? De vogel. En wat doet de vogel? De vogel fluit. En wat fluit de vogel? Een lied. De vogel fluit een lied. Let op de hoofdletter aan het begin van de zin en let op de punt aan het einde van de zin. Volgend voorbeeld: een deuntje de man zingt Dit is geen goede zin. We moeten namelijk beginnen met het onderwerp. Dus: wie zingt een deuntje? De man. En wat doet de man? De man zingt. En wat zingt de man? Een deuntje. De man zingt een deuntje. in de trein de vrouw zit Wie zit in de trein? De vrouw. En wat doet de vrouw? De vrouw zit. En waar is de vrouw? De vrouw is in de trein. Dus de juiste volgorde is: De vrouw zit in de trein. Ee gaan door met de quiz! Dit is een goede manier voor jou om te kijken of je deze les begrijpt. Heb je een vraag? Stel hem gerust onder dit filmpje. De eerste zin: leest het boek hij Hij leest een boek. buiten het kind speelt Het kind speelt buiten. een appel zij eet Zij eet een appel. hij in het park fietst Hij fietst in het park. haakt een sprei Nora Nora haakt een spray. op het station zij wacht Zij wacht op het het station. de hond speelt buiten Deze zin is al goed: De hond speelt buiten. boodschappen ik doe Ik doe boodschappen. zwemt in het zwembad zij Zij zwemt in het zwembad. in de auto hij zit Hij zit in de auto. Dit waren de zinnen. Goed gedaan! Leuk dat je keek en tot de volgende les! #NT2