У нас вы можете посмотреть бесплатно Hollandaca’da 'OP' ile Başlayan 15 Süper (ayrilabilen) Fiil! Video 4 или скачать в максимальном доступном качестве, видео которое было загружено на ютуб. Для загрузки выберите вариант из формы ниже:
Если кнопки скачивания не
загрузились
НАЖМИТЕ ЗДЕСЬ или обновите страницу
Если возникают проблемы со скачиванием видео, пожалуйста напишите в поддержку по адресу внизу
страницы.
Спасибо за использование сервиса ClipSaver.ru
Bu videoda, Hollandaca’da çok sık kullanılan “op” ile başlayan fiilleri öğreniyoruz. "Opstaan, oppakken, opruimen, opgeven" gibi fiilleri örnek cümlelerle açıklıyor, günlük konuşmalarda nasıl kullanıldığını gösteriyoruz. Kısa ve sade cümlelerle hem anlamları öğren, hem pratik yap! 📚 Yeni fiiller, gerçek örnekler, kolay anlatım! Oppakken Ik pak het (wel) op. Pak je het op? Wie pakt het op? Wanneer pakken we dit op? Het lijkt me leuk om op te pakken. Ik probeer het weer op te pakken. Ophalen Ik haal het morgen op. Haal je het morgen op? Wanneer haal je het op? Morgen haal ik mijn rijbewijs op. Waar haal ik mijn ID-kaart op? Ik haalde mijn rijbewijs gisteren op. Ik moet straks even naar buiten om wat spullen op te halen. Ik ben het vergeten op te halen. Opbouwen Ik probeer mijn conditie op te bouwen. Het kost tijd, maar ik probeer een toekomst op te bouwen. Ik bouw mijn netwerk langzaam op. We hebben hier de kans om echt iets op te bouwen. Ik vind het soms moeilijk om langere zinnen op te bouwen. Opgeven Ik ben niet van plan om (zomaar) op te geven. Het voelt soms makkelijker om op te geven. We geven nooit op. We geven onze hoop niet op. Hij gaf niet op, zelfs niet bij de zwaarste uitdagingen. Ik geef me op voor vrijwilligerswerk. Opknappen Hij knapt het huis op. Ik knap langzaam/snel op. Knap je een beetje op? We knappen de tuin samen op. Knapt hij een beetje op? Ik knapte mijn huis beetje bij beetje op. Het huis is oud, maar lijkt me leuk om (het) op te knappen door samen te werken met vrienden. Opruimen Hij ruimt nooit op, het is altijd rommelig. Ruim je straks je kamer op? Het is/wordt tijd om die rommel op te ruimen. Ik was bezig om het huis op te ruimen. Mijn hoofd zit vol, misschien helpt het om even op te ruimen. Ik heb geen tijd om het huis op te ruimen. Ik had geen tijd om het huis op te ruimen. Ik heb geen tijd gehad om het huis op te ruimen. Gisteren ruimde ik het huis op. Opletten Ik let goed op als iemand praat. Ik lette niet goed op. Er is vast een manier om dit op te lossen. Het is niet makkelijk om altijd/de hele tijd op te letten. Ik lette niet op, en ik maakte een fout. Opdoen Ik doe leuke ervaringen op. Ik probeer (wat) ervaring op te doen. Ik werk drie dagen per week vrijwillig om wat ervaring op te doen. Ik doe vandaag geen make-up op. Ik deed veel ervaring op op mijn werk. Oppassen Mijn moeder past vandaag de kinderen op. Heb jij morgen tijd om op de kinderen te passen? Hij past goed op in het verkeer. Pas jij vandaag op de baby? Ze verdient wat (bij) door af en toe op te passen. Opnemen Opslaan We slaan onze spullen hier op. Waar sla ik dit bestand op? Hoe sla ik dit op? Waar slaat het/dit op? Dit slaat nergens op. Vergeet niet het bestand op te slaan. Ik probeer al mijn foto’s in de cloud op te slaan. Opstaan Ik sta elke dag om 7 uur op. Hoe laat sta je meestal op? Sta je altijd zo vroeg op? Ik vind het moeilijk om zo vroeg op te staan. Hij staat altijd laat op. Opladen Ik laad mijn telefoon op. Het is handig om eerst mijn telefoon op te laden. Opvallen Jij valt direct op. We deden ons best om niet op te vallen. Ze doet altijd haar best om op te vallen. Wat valt je op? Hij valt op jongens/mannen. Opzoeken We gaan naar België om vrienden op te zoeken. Ik zoek dit weekend een paar vrienden op. Opzeggen Ik zeg deze maand mijn abonnement op. Waarom zeg je je abonnement op? Het is voordeliger het abonnement op te zeggen. Ik overweeg/denk eraan om mijn abonnement op te zeggen. Ik denk dat ik het abonnement binnenkort opzeg. Ik denk dat hij het abonnement binnenkort opzegt Ik denk dat ik het abonnement binnenkort opzeg. Ik denk dat ik het abonnement binnenkort ga opzeggen. Ik denk dat ik het abonnement binnenkort moet opzeggen. Opzetten Hij zet een eigen bedrijf op. Ik zet de muziek op als ik thuiskom. Hij probeert een eigen bedrijf op te zetten. Het is niet zo eenvoudig een eigen bedrijf op te zetten.