У нас вы можете посмотреть бесплатно Cassatievlog или скачать в максимальном доступном качестве, видео которое было загружено на ютуб. Для загрузки выберите вариант из формы ниже:
Если кнопки скачивания не
загрузились
НАЖМИТЕ ЗДЕСЬ или обновите страницу
Если возникают проблемы со скачиванием видео, пожалуйста напишите в поддержку по адресу внизу
страницы.
Спасибо за использование сервиса ClipSaver.ru
In dit vlog bespreekt Maartje Möhring een recente uitspraak van de Hoge Raad over het buitengewone rechtsmiddel van herroeping. Het gaat in deze zaak in cassatie om de herroepingsgrond van art. 382, onder c, Rv. De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het hof, omdat die uitspraak blijk gaf van een onjuiste rechtsopvatting en onvoldoende was gemotiveerd. Ga naar https://cassatieblog.nl en schrijf je in voor onze wekelijkse nieuwsbrief. Zo ben je altijd op de hoogte van de laatste ontwikkelingen op het gebied van de civiele cassatierechtspraak in Nederland. Uitspraak Hoge Raad: https://deeplink.rechtspraak.nl/uitsp... Artikel 382 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering: https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:B... ----------------------------- Het gaat in deze uitspraak van de Hoge Raad over het rechtsmiddel van herroeping. Herroeping is een buitengewoon rechtsmiddel. Dat betekent dat het rechtsmiddel nog kan worden ingezet nadat de rechterlijke uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan. Een rechterlijke uitspraak gaat in kracht van gewijsde als daartegen geen gewoon rechtsmiddel – zoals hoger beroep of cassatie – meer kan worden gericht. De rechterlijke uitspraak is dan voor partijen bindend. Tegen zo’n rechterlijke uitspraak kunnen alleen nog buitengewone rechtsmiddelen worden gericht. Het rechtsmiddel van herroeping is geregeld in art. 382 Rv. Op grond van die bepaling kan een uitspraak op drie gronden worden herroepen. Dat kan (a) als de uitspraak berust op bedrog dat door de wederpartij in het geding is gepleegd, (b) als de uitspraak berust op stukken, waarvan de valsheid na de uitspraak is erkend of bij gewijsde is vastgesteld of, (c) als de partij na de uitspraak stukken van beslissende aard in handen heeft gekregen, die door toedoen van de wederpartij waren achtergehouden. In deze zaak beroept eiser zich op de herroepingsgrond uit art. 382, onder c, Rv. De vraag is dus of eiser na de uitspraak stukken van beslissende aard in handen heeft gekregen én of de wederpartij die stukken had achtergehouden. Het ging hier om een procedure waarin de curator, na het faillissement van een aantal vennootschappen, eiser aansprakelijk had gesteld wegens het onbetaald blijven van schulden van deze vennootschappen aan de Belastingdienst. Die vordering werd toegewezen. Na de uitspraak had eiser stukken in handen gekregen waaruit volgens hem bleek dat er geen sprake was van belastingschulden. Het hof ging hieraan voorbij, omdat de belastingschulden waren gebaseerd op aangiften die niet meer konden worden aangevochten. Naar het oordeel van het hof moest dan ook van het bestaan van de belastingschulden worden uitgegaan en konden de stukken die eiser in handen had gekregen dus niet tot een andere uitkomst leiden. Het waren met andere woorden geen stukken van beslissende aard. De Hoge Raad beslist dat dit oordeel blijk geeft van een onjuiste rechtsopvatting. De omstandigheid dat de belastingschulden materieel gezien niet bestaan, kan volgens de Hoge Raad namelijk maken dat de vordering van de curator op eiser niet toewijsbaar is – ook als formeel van het bestaan van deze belastingschulden moet worden uitgegaan. Ook het oordeel van het hof dat in dit geval niet kon worden gezegd dat de curator stukken had achtergehouden, houdt in cassatie geen stand. Dat oordeel is volgens de Hoge Raad onvoldoende gemotiveerd. De Hoge Raad vernietigt dan ook de uitspraak van het hof. Het hof moet nu opnieuw beoordelen of is voldaan aan de vereisten van art. 382, onder c, Rv.